17 december 2021

Visie rivieroevers

Raadbijdrage Daan Kardol, 16 december 2021

Voorzitter,

De rivieroever heeft aantrekkingskracht. Dat was vroeger al zo, maar is vandaag niet anders. Wonen, werken en recreëren hebben er door de tijd zo hun plaats gekregen. Of dat allemaal naar wens is? De meningen ten aanzien van de realisatie van een distributiecentrum door Panattoni geven blijk dat dit niet altijd zo is.

In de Omgevingsvisie is in het kader van ‘de herontdekking van het waterfront’ gesproken over het benutten van kansen. De oevers meer toegankelijk maken en inrichten voor meer recreatief gebruik, maar bijvoorbeeld ook locaties langs het water transformeren naar woningbouw.

De visie die vandaag voorligt bevat zulke kansen. Een intensief traject ligt eraan ten grondslag. Inwoners, bedrijven en andere stakeholders hebben op verschillende wijze van zich kunnen laten horen. En dat tot en met de laatste inspreekbijdragen in de onlangs gehouden commissievergadering toe. Het laat een grote mate van betrokkenheid zien.

Betekent het instemmen met deze visie dat morgen, om zo maar eens te zeggen, de eerste spa de grond in moet? Nee. Behalve een verdiepingsslag, zijn er verschillen zaken die ons plaatsen voor een lastige opgave. Ook inwoners hebben hier terecht de vinger bijgelegd.

Want, aan welke bouwvolumes moet worden gedacht? Welke verschijningsvormen passen in het gebied? Welke verkeersintensiteit is aanvaardbaar? In hoeverre is recreatief gebruik niet verstorend voor de mensen die er nu al wonen? Is het doortrekken van een fietspad van de haven tot aan de Crezeepolder wel zo natuurlijkvriendelijk?

Dit soort vragen zijn echter geen reden om tegen deze visie te stemmen. De visie is richtinggevend, maar zeker niet allesbepalend. De SGP zal daarom dan ook naar de toekomst toe kritisch blijven op het verdere vervolg. Wat in ieder geval mooi zou zijn is als er straks vanaf de jachthaven, langs de oever, tot aan het gedeelte bij de Schans door het groen kan worden gelopen.

Tot slot voorzitter, ten aanzien van de motie van GroenLinks begrijpen we de intentie. Maar er vanuit gaande dat het college binnen de wettelijke kaders acteert, is de vraag welke verwachtingen inwoners nog mogen hebben van een dergelijke verzoek. Daarbij, de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk moet worden verleend als het bouwplan in overeenstemming is met de toetsingsgronden die in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo zijn neergelegd. Als het bouwplan voldoet aan de eisen die daar in het bestemmingsplan aan worden gesteld, dan kunnen planologische motieven geen reden zijn om de vergunning alsnog te weigeren. Daarnaast gingen wij er al vanuit dat met behulp van deze vergunningverlening hinder voor de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt. Daar is deze motie echt niet voor nodig. Het punt wat dan nog rest is om voor 1 maart geïnformeerd te worden over de status van de aanvraag. Ik neem aan dat de wethouder ons dit kan toezeggen.

Dank u wel.

Visie rivieroevers