2 oktober 2026
SGP stelt vragen over aanpak zorgfraude in Ridderkerk

SGP stelt vragen over aanpak zorgfraude in Ridderkerk
De SGP-fractie in Ridderkerk heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college over de aanpak van zorgfraude binnen de Wmo en jeugdzorg. Raadslid Rick van de Waerdt wil onder andere weten hoeveel signalen van mogelijke zorgfraude de gemeente ontvangt, hoeveel toezichthouders hiervoor beschikbaar zijn en in hoeverre de Ridderkerkse aanpak aansluit bij het recent verschenen handelingskader Gemeentelijke grip op zorgfraude.
Zorggeld moet terechtkomen waar het voor bedoeld is
Inwoners die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg waarvoor gemeenschapsgeld beschikbaar wordt gesteld, ook daadwerkelijk wordt geleverd. Tegelijkertijd vindt de SGP het vanuit goed rentmeesterschap belangrijk dat gemeenschapsgeld zorgvuldig en rechtmatig wordt besteed.
Zorgfraude raakt daarmee niet alleen de gemeentelijke financiën. Wanneer geld dat voor zorg bedoeld is niet op de juiste plaats terechtkomt, kunnen juist kwetsbare inwoners daarvan de gevolgen ondervinden.
Hoe groot is zorgfraude in Ridderkerk?
Een belangrijke vraag van de SGP is welk beeld het college heeft van de omvang van zorgfraude en onrechtmatige zorg in Ridderkerk. De fractie vraagt daarom hoeveel signalen hierover de afgelopen drie jaar zijn binnengekomen, hoeveel daarvan zijn onderzocht en in hoeveel gevallen daadwerkelijk onrechtmatigheden zijn vastgesteld.
Ook wil Van de Waerdt weten welke financiële bedragen daarmee gemoeid waren en hoeveel geld door de gemeente is teruggevorderd. Daarnaast vraagt hij of er cijfers of schattingen beschikbaar zijn over de mogelijke totale omvang van zorgfraude in Ridderkerk.
De SGP vraagt eveneens hoeveel zaken zijn overgedragen aan opsporingsinstanties of het Openbaar Ministerie en hoeveel daarvan, voor zover bekend, hebben geleid tot strafrechtelijk onderzoek.
Voldoende toezicht?
De SGP wil daarnaast meer inzicht krijgen in het toezicht op zorgaanbieders. Hoe controleert de gemeente aanbieders voordat en nadat zij een contract krijgen? En hoe houdt de gemeente zicht op de daadwerkelijke levering en kwaliteit van zorg, ook wanneer zorgaanbieders gebruikmaken van onderaannemers?
Daarbij vraagt de fractie specifiek hoeveel toezichthouders en hoeveel fte de gemeente beschikbaar heeft voor toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid binnen de Wmo en Jeugdwet. Ook wil de SGP weten welk deel van die capaciteit daadwerkelijk beschikbaar is voor onderzoek naar zorgfraude en of het college deze capaciteit voldoende vindt.
Signalen moeten op de juiste plek terechtkomen
Ook inwoners, cliënten, ouders, mantelzorgers en medewerkers kunnen signalen van mogelijke zorgfraude tegenkomen. Daarom vraagt de SGP hoe zij vermoedens veilig bij de gemeente kunnen melden en wat er vervolgens met dergelijke signalen gebeurt.
Daarnaast wil de fractie weten hoe de samenwerking met andere gemeenten, toezichthouders en opsporingsinstanties is georganiseerd en tegen welke knelpunten de gemeente daarbij aanloopt.
Nieuwe landelijke handvatten
Aanleiding voor de vragen is onder meer het recent verschenen handelingskader Gemeentelijke grip op zorgfraude. Daarin worden vijf belangrijke opgaven beschreven waarmee gemeenten zorgfraude kunnen voorkomen, signaleren en aanpakken.
De SGP vraagt het college daarom om de huidige aanpak van Ridderkerk langs dit handelingskader te leggen. Per opgave wil de fractie weten welke onderdelen al zijn ingericht, wat nog niet of gedeeltelijk is geregeld en waar het college mogelijkheden voor verbetering ziet.
Van de Waerdt: “Gemeenschapsgeld dat bedoeld is voor zorg, moet ook daadwerkelijk aan goede zorg worden besteed. Daarom willen we niet alleen weten hoe de aanpak op papier is geregeld, maar ook hoeveel signalen er zijn, hoeveel capaciteit er voor toezicht beschikbaar is en waar de gemeente de aanpak nog kan verbeteren.”
Het college is gevraagd de schriftelijke vragen binnen 30 dagen te beantwoorden.